Pekingees


HISTORIE

 

De Pekingees is een aanhankelijke, waardige, intelligente en zelfstandige hond. Soms wat eigenzinnig. Een Pekingees laat zich niet makkelijk de wet voorschrijven. Hij heeft soms de neiging zich aan één persoon te hechten, die persoon kiest hij dan zelf uit. Voor die baas toont hij enorme liefde en moed.

 

In de jaren 30 is de Pekingees een lange tijd een modehond geweest. Dit had onzorgvuldig fokken tot gevolg. Daardoor werd er niet voldoende op karakter gelet en kwam er nogal eens een humeurige, naar vreemden happende Pekingees voor. Na de oorlog hebben de serieuze fokkers zich tot doel gesteld een mooie Pekingees met een mooi karakter te fokken. Daarin zijn ze wonderwel geslaagd.

 

De hedendaagse Pekingees is lief voor kinderen, kan goed met andere huisdieren overweg en is vooral een makkelijke hond. Ze hebben niet zoveel beweging nodig. Daardoor is hij ook heel geschikt voor een flatbewoner. Drie maal daags een blokje om is voldoende.

 

Het zijn geen echte schoothonden. Daarvoor is hun vacht te dik en hebben ze het snel te warm op schoot. Wel is hij altijd bij zijn baasje in de buurt en volgt hem overal.

 

De vacht vraagt wel enige verzorging. Het is een lange, dubbele vacht. Het is verstandig het hondje van jongs af aan te leren dat de vachtverzorging een onderdeel van het dagelijkse ritueel is. Gebruik bij de dagelijkse borstelbeurt wat talkpoeder, dan zullen eventuele klitjes makkelijk uit te borstelen zijn. De vacht mag alle kleuren hebben. Het pigment is zwart. Verzorg de huidplooien goed. Tussen de voetzooltjes knipt u het overtollige haar weg. Hij weegt 4 tot 5,5 kg, de schouderhoogte is ongeveer 20 cm.

 

U moet de Pekingees wel de basisbegrippen bijbrengen. Dat lukt het beste als u hem positief toespreekt als hij iets goed doet, maar hem niet al te zwaar straffen wanneer hij een fout maakt. Een Pekingees die gestraft wordt zal zich zwaar ontdaan en beledigd terugtrekken.

 

De herkomst van de Pekingees ligt verborgen in het duister van de Chinese geschiedenis. Reeds lang voordat de Engelsen in 1860 de keizerlijke paleizen veroverden gingen er in China verhalen rond over een bijzondere kleine leeuwhond die aan het keizerlijke hof zeer geliefd was.

 

Download
VFR Pekingees
per 1-1-2017
VFR Pekingees 01-01-2017.pdf
Adobe Acrobat document 169.7 KB

STANDAARD

 

FCI-Standaard No 207/ 05-06- 2009/ GB.

PEKINGESE

ORIGIN : China.

 

PATRONAGE : Great Britain.

DATE OF PUBLICATION OF THE ORIGINAL VALID STANDARD : 26.03.2009.

 

UTILIZATION : Companion Dog.

 

CLASSIFICATION F.C.I. : Group 9 Companion and Toy Dogs. Section 8 Japan Chin and Pekingese.

Without working trial.

 

GENERAL APPEARANCE :

Leonine in appearance with alert and intelligent expression. Small, well balanced, moderately thick-set with great dignity and quality. Any signs of respiratory distress for any reason or inability to move soundly are unacceptable and should be heavily penalised. Not excessively coated.

 

BEHAVIOUR/TEMPERAMENT : Fearless, loyal, aloof, not timid or aggressive.

 

HEAD : Fairly large, proportionately wider than deep.

 

CRANIAL REGION :

Skull : Moderately broad, wide and flat between ears; not domed; wide between eyes.

Stop : Defined.

 

FACIAL REGION : Black pigment essential on nose, lips and eye rims.

Nose : Not too short, broad, nostrils large and open. A slight wrinkle, preferably broken, may extend from the cheeks to the bridge of nose in a wide inverted “V”. This must never adversely affect or obscure eyes or nose.

 

Pinched nostrils and heavy over-nose wrinkles are unacceptable and should be heavily penalised.

 

Muzzle : Must be evident, but may be relatively short and wide. Firm underjaw.

Lips : Level lips. Must not show teeth or tongue; nor obscuring a well defined chin.

Eyes : Clear, round, dark lustrous and not too large. Free from obvious eye problems.

Ears : Leathers heart-shaped, set level with the skull, carried close to the head and not coming below line of muzzle. Long profuse feathering.

 

NECK : Relatively short and thick.

 

BODY : Relatively short, distinct waist.

Topline : Level.

Chest : Broad and well sprung ribs slung between forelegs.

 

TAIL : Set high, carried tightly, slightly curved over back to either side. Long feathering.

 

LIMBS

 

FOREQUARTERS : Relatively short, thick, heavily boned forelegs. Standing well up on feet, not down on pasterns. Absolute soundness essential.

Shoulders : Laid back and fitting smoothly into the body.

Elbows : Close to the body.

Forearms : Bones of forelegs may be slightly bowed between pasterns and elbows, accommodating ribs.

Metacarpus (pastern) : Slightly sloping, strong and not too close together.

Front feet : Large and flat, not round. May be slightly turned out. Excessively turned out feet to be heavily penalised.

 

HINDQUARTERS : Hind legs strong and well muscled but moderately lighter than forequarters. Excessively narrow hindquarters to be heavily penalised. Moderate angulation. Absolute soundness essential.

Stifles : Well defined.

Hocks : Firm, low.

Metatarsus (Rear pastern) : Strong, parallel when viewed from the rear.

Hind feet : Large and flat, not round. Hind feet point straight ahead.

 

GAIT/MOVEMENT : Typically slow, dignified rolling gait in front. Typical movement must not be confused with a roll caused by slackness of shoulders or with other indications of unsoundness. Any slackness of shoulders and elbows, and any indications of unsoundness in feet and pasterns to be heavily penalised. Movement not to be hindered by excessive body coat.

 

COAT

 

HAIR : Moderately long, straight with mane, not extending beyond shoulders, forming a cape around neck. Top coat coarse with thick, softer undercoat. Feathering on ears, back of legs, tail and toes. Length and volume of coat should neither impair the activity of the dog nor obscure the shapeliness of body. Excessive coat must be heavily penalised.

 

COLOUR : All colours and markings are permissible and of equal merit, except albino or liver. Parti-colours evenly broken.

 

SIZE/WEIGHT: Ideal weight not exceeding 5 kg for males and 5.4 females. Dogs should look small but be surprisingly heavy when picked up; heavy bone and a sturdy well-built body are essentials of the breed.

 

FAULTS : Any departure from the foregoing points should be considered a fault and the seriousness with which the fault should be regarded should be in exact proportion to its degree and its effect upon the health and welfare of the dog.

 

DISQUALIFYING FAULTS :

• Aggressive or overly shy.

 

Any dog clearly showing physical or behavioral abnormalities shall be disqualified.

 

N.B. : Male animals should have two apparently normal testicles fully descended into the scrotum.