Japanse Spaniel


HISTORIE

 

De Japanse Spaniel is een hond voor grote en kleine mensen, die graag speelt maar niet als speelgoed behandeld wil worden. Hij is aanhankelijk, innemend en lief voor kinderen. Eigenwijs, speels maar ook rustig, blaft weinig, ongecompliceerd vrolijk en staat graag in het middelpunt van de belangstelling. Hij wil erg graag bij zijn baas in de buurt zijn. Een Japanse Spaniel is geen moeilijke hond, met kinderen maar ook met andere huisdieren kunnen zij het doorgaans goed vinden. Hij houdt van rennen, ravotten en spelen. Er wordt wel gezegd dat zij ook kunnen klimmen.

Ze kunnen prima op een flat gehouden worden en kunnen zelfs leren hun behoefte op een kattenbak te doen. In zo'n geval is het wel belangrijk dat er voldoende beweging en frisse buitenlucht is. Hij is vrijwel probleemloos op te voeden, als er rekening gehouden wordt met zijn eigenwijze karakter. Japanse Spaniels zijn in de regel snel zindelijk.

 

Zijn vacht is zijdeachting, zacht en lang. Het haar mag niet krullen. De kleuren zijn zwart met wit of rood met wit. De kleuren sable met wit en driekleur komen ook voor, maar zijn in sommige landen niet erkend.

 

De prachtige vacht heeft niet de neiging snel te gaan klitten, waardoor tweemaal per week borstelen voldoende is. Om de vacht mooi wit te houden zo nu en dan baden. De gezichtsplooien kunt u af en toe schoonmaken met zuurvrije vaseline om donkere verkleuring te voorkomen. De schouderhoogte is 20-24 cm en het ideale gewicht is 2,5-3 kilo.

 

De Japanse Spaniel werd vroeger zo klein gefokt, dat de adellijke dames ze huisvesten in bamboe vogelkooitjes en als zij een wandelingetje maakten konden de hondjes eenvoudig in de wijde mouw van de kimono worden meegedragen.

 

Tegenwoordig is de Japanse Spaniel zich terdege bewust van zijn voornaamheid en roemruchte historie die van hem een adellijke verschijning heeft gemaakt. Een ideaal gezelschapshondje met elegante manieren.

 

Download
VFR Japanse Spaniel
per 1-1-2017
VFR Japanse Spaniel 01-01-2017.pdf
Adobe Acrobat document 173.9 KB
Klik hier
Actueel Nieuws

STANDAARD

 

FCI-Standard N° 206 / 02.09.2009 / GB

JAPANESE CHIN

(Chin)

 

ORIGIN : Japan.

 

DATE OF PUBLICATION OF THE ORIGINAL VALID STANDARD : 26.03.2009.

 

UTILIZATION : Companion dog.

 

CLASSIFICATION F.C.I. : Group9 Companion and Toy Dogs.

Section8 Japan Chin and Pekingese.

Without working trial.

 

BRIEF HISTORICAL SUMMARY : According to ancient documents it is assumed that the ancestors of the Chin were presented as a gift from the rulers of Korea (during the Silla Dynasty age 377-935) to the Japanese court in 732. For a successive 100 years, there appears to have been a large number of Chins coming into Japan. Historical records also indicate that envoys sent to China (during the Tung Dynasty age 618-910) and North Korea (during the Po H’ai Dynasty age 698-926) brought back dogs of this breed directly. During the reign of the Shogunate Tsunayoshi Tokugawa (1680-1709) the breed was raised as an indoor toy dog in the Castle of Edo. In 1613 a Britisher, Captain Searles, brought a Chin to England and in 1853 Commodore Perry from the U.S. brought several to the U.S. of which two were presented to Queen Victoria of England. Since 1868, the Chin has been favored as a lapdog by ladies of the upper classes, and currently is being widely spread as a companion dog.

 

GENERAL APPEARANCE : Small sized dog with broad face, covered with profuse coat, with elegant and graceful figure.

 

IMPORTANT PROPORTIONS : The ratio of height at withers to length of the body is equal. The body of bitches slightly longer.

 

BEHAVIOUR / TEMPERAMENT : Clever, mild and lovely.

 

HEAD

 

CRANIAL REGION :

Skull : Broad and rounded.

Stop : Deep and indented.

 

FACIAL REGION :

Nose : Nasal bridge very short and wide, the nose on a straight line with the eyes; the nose colour black or deep flesh colour, according to dog's markings. Well opened nostrils

Jaws/Teeth : Teeth white and strong; level bite desirable, but scissor bite or undershot mouth permitted.

Eyes : Large, round, set wide apart and lustrous black in colour.

Ears : Long, triangular, hanging, covered with long hair; set wide apart.

 

NECK : Rather short, and held high.

 

BODY :

Back : Short and straight.

Loin : Broad and slightly round.

Chest : Moderately broad and deep, with ribs moderately sprung.

Belly : Well drawn up.

 

TAIL : Covered with beautiful, profuse and long hair, being carried up over back.

 

LIMBS

 

FOREQUARTERS : Forearms straight, fine boned; backside of forearms below the elbows feathered.

 

HINDQUARTERS : Hindlegs moderately angulated, rear of the rump covered with feather.

 

FEET : Small and hare-shaped, covered with tufts desirable.

 

GAIT / MOVEMENT : Elegant, light and proud.

 

COAT

 

HAIR : Silky, straight and long. Whole body except face covered with profuse hair. The ears, neck, thighs and tail have profuse feather.

 

COLOUR : White with markings of black or red. Markings symmetrically distributed from around eyes over ears as on whole body desirable. Especially white and wide blaze from muzzle to crown desirable.

 

SIZE : Height at withers : Dogs approximately 25 cm.

Bitches slightly smaller than dogs.

 

FAULTS : Any departure from the foregoing points should be considered a fault and the seriousness with which the fault should be regarded should be in exact proportion to its degree.

" Nose : Any colour other than black for white dogs with black markings.

" Overshot mouth, wry underjaw.

" Solid white coat with no markings; single marking on face.

" Shyness.

 

DISQUALIFYING FAULTS: • Aggressive or overly shy dogs. • Any dog clearly showing physical of behavioural abnormalities shall be disqualified.

 

N.B.: • Male animals should have two apparently normal testicles fully descended into the scrotum. • Only functionally and clinically healthy dogs, with breed typical conformation should be used for breeding.